Thuis

By -Kees-

‘Mam, ik ben weer thuis!’ Geen antwoord. Wat vreemd. ‘Hallo! Zijn jullie er niet?’ Dat is mooi. Ik had toch duidelijk gezegd dat ik vanavond thuis zou komen. Ze zouden vanavond toch nergens heen gaan. Misschien ligt er een briefje op het aanrecht.
Ik zette mijn weekendtas weg en hing mijn jas aan de kapstok. De jassen van mijn ouders waren er niet. Zijn zeker fietsen of zo. Ik liep de keuken in. Een rilling liep over mijn rug. Het was verdomd koud en er was iets niet goed.

Het duurde even voordat ik me het realiseerde. Alles was er; het aanrecht, ‘t koffiezetapparaat … de keukentafel met het Perzische kleedje, de vaas met bloemen … Toch klopte er iets niet. Het was op een of andere manier te perfect. Alsof het een decor was op een filmset, waar elk moment de decorbouwers konden verschijnen om de boel weer op te ruimen en af te breken. Een naar gevoel overviel me… Verdomme, er was ingebroken. Ik keek nog eens goed rond. De foto’s aan de muur, flitste het door mijn hoofd. Ik liep erheen en stond verbijsterd. Diverse beelden lachten me tegemoet. Ik lachte niet terug. 
Op al die foto’s zouden mensen moeten staan. Die daar… die ruïne in Vianden, Luxemburg waar pa, ma en ik op vakantie waren; maar ik stond alleen op de foto. En die… het stadspark in Zwolle… dat is de achtergrond van de trouwfoto van mijn zus en zwager. Maar ze stonden er niet op.

Onrustig liep ik door het huis. Alles was aanwezig, maar ook weer niet. Alle indrukken van ons gezin leken verdwenen. En mijn ouders waren nergens te bekennen. Ongeloof nam bezit van me en hield me in z’n greep. Wat was dit allemaal. In de slaapkamer van mijn ouders opende ik het gordijn en keek de duisternis in. Bundels licht van auto’s kwamen voorbij. Ik hoorde een paar mensen lachend voorbij gaan. Ik trok de gordijnen dicht en pakte de telefoon.
Mijn zus en zwager in Alkmaar. Ik draaide het nummer en wachtte. De telefoon ging over. Eenmaal … vanuit mijn ooghoeken zag ik de slaapkamerdeur bewegen … tweemaal… ik voelde mijn gezicht verstrakken … driemaal … iets kwam achter de deur vandaan…. viermaal…… twee groene ogen keken me aan.

‘Gizmo’, riep ik blij verrast uit … vijfmaal… Er werd niet opgenomen; ook niet door hun voicemail; vreemd … zesmaal … ‘Gizmo, kom maar…’ met de hoorn aan m’n oor, wenkte ik het katje. Zevenma… ik legde de hoorn op en liep naar de deur. Gizmo kwam mauwend naar me toe.
‘Jongen, wat ben ik blij dat je er bent. Waar zijn de baasjes? Vertel mij eens wat er aan de hand is.’ Met een schok trok ik mijn handen terug. Gizmo miauwde luid. ‘Wat is dat nou. Je bent helemaal statisch geladen.’ Gizmo begon te spinnen. Nu ik haar had ontladen voelde ze zich blijkbaar weer lekkerder. ‘Wacht even,’ zei ik en liep terug naar de telefoon. ‘Dit moet vast lukken.’ Ik ging zitten en zette Gizmo op mijn schoot. ‘Ik bel mijn vriendin.’

‘Met Annemiek.’ … ‘Hallo?’ … ‘Is daar iemand?’ Niets… alleen statische ruis. Annemiek legde weer op.
‘Wie was dat?’
‘Niemand. Er werd niets gezegd.’ Annemiek keek haar moeder aan.
‘Verkeerd verbonden zeker. Wat is er… je kijkt zo vreemd.’
‘Ik weet het niet, dat telefoontje. Er werd niets gezegd, maar ik dacht iets op de achtergrond te horen … Ik weet niet … ik vond het nogal moeilijk om op te hangen.’

Nu was ik totaal verbijsterd. Ze leek erop alsof ze me simpelweg niet kon horen. Ik verstond haar prima. Haar mooie warme stem. Maar ze hoorde mij niet. Verdomme. Wat is er toch. Pa en ma, waar zijn jullie. Gizmo had genoeg van mij met mijn geaai en vluchtte de kamer uit. Ik ging hem achterna, de trap af. Ik liep de woonkamerdeur in. Daar stond ik op de schouw de asbak, die ik als kind voor mijn vader had gemaakt. Je pa’s naam staat daar ingekrast. Ik liep er heen en pakte de asbak voorzichtig op. Een vormeloos ding, typisch iets dat door een kleuter gemaakt is. Nostalgie. Ik keek op de bodem. Geen naam. Geen spoor van iets dat op mijn kindergekras leek.
Opeens hoorde ik Gizmo sissend achter me. Ik draaide me om. Het katje staarde met grote ogen in mijn richting uit, maar zag iets tussen ons in. Nu zag ik het ook. Boven de salontafel hing een soort waas. Net zoals de hete damp boven het asfalt op een stralende zomerdag. Gefascineerd staarde ik ernaar. Het trok volledig mijn aandacht. Wat was dit? Het leek wel of de omvang van het verschijnsel groter werd. Het werkte hypnotiserend. De kou die het afstraalde leek me niet te raken. Opeens gooide ik, in een opwelling, de zelfgemaakte asbak naar het verschijnsel. Een knetterende ontlading was het gevolg en vonken spatten in het rond. In een afwerende reflex hield ik mijn armen voor mijn gezicht. Gizmo sprong angstig miauwend achter de bank. Ik deed mijn armen weer omlaag. Het verschijnsel was weer enigszins tot rust gekomen. Maar wel groter dan een daarvoor. Gizmo keek angstig onder de bank naar het verschijnsel. De asbak was er niet meer. En het veld leek snel groter te worden …

  1. Frans zegt:

    Gaat het nog verder? Ik zit op het puntje van mijn stoel. Boeiend en intrigerend: is het iets met tijd-ruimte? iets met de geestenwereld? Buitenaardse invasie? Of is dat allemaal hetzelfde? Mmm… precies wat ik al zei: intrigerend, waardoor je weer eens op een ander spoor komt.
    Ik hoop echt dat het een vervolg krijgt!